Naar inhoud springen

Zeeslag van 22 september 1914

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Tekst op het monument te Noordwijk

Zeeslag van 22 september 1914
Conflict Eerste Wereldoorlog
Datum 22 september 1914
Plaats Noordzee, 22 zeemijl westelijk van Scheveningen
Strijdende partijen
Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk Vlag van Duitse Keizerrijk Duitse Keizerrijk
Leiders
Captain John Edmund Drummond
Captain Wilmot Stuart Nicholson
Captain Robert Warren Johnson †
Kapitänleutnant Otto Weddigen
Troepensterkte
HMS Aboukir
HMS Hogue
HMS Cressy
2296 manschappen
U 9
Verliezen
1459 doden
3 schepen
Zeeslag van 22 september 1914

De Zeeslag op 22 september 1914 was een oorlogshandeling aan het begin van de Eerste Wereldoorlog voor de Nederlandse kust. Drie Britse pantserkruisers van de Cressyklasse (de Aboukir, de Hogue en de Cressy) werden binnen anderhalf uur getorpedeerd door een Duitse onderzeeër. Hierbij kwamen 1459 mensen om het leven.[1][2]

Gebeurtenissen

[bewerken | brontekst bewerken]

Op 22 september 1914 tussen 07:20 uur en 08:35 uur leed op 22 zeemijl westelijk van Hoek van Holland[3] de Royal Navy een zwaar verlies. Als eerste wordt de Aboukir beschoten door de Duitse onderzeeboot U 9. De opvarenden verlaten het schip, maar dit zinkt zo snel dat 527 bemanningsleden met het schip ten onder gaan. De Hogue snelt toe om hulp te verlenen, maar wordt eveneens getroffen door de U 9. Ook de Cressy komt nu naderbij en is eveneens een gemakkelijk doelwit voor de op circa 1000 meter afstand op de uitkijk liggende duikboot. Meer dan 2000 Britse zeelieden liggen in het water of drijven in een van de weinige vlotten of sloepen. Er waren bijna geen zwemvesten aan boord van de schepen. 837 opvarenden worden gered door Nederlandse vissersschepen en koopvaardijschepen of weten op vlotten de Nederlandse kust te bereiken. 1459 opvarenden verdrinken. Tientallen slachtoffers werden begraven op een ereveld op de Algemene Begraafplaats aan de Kerkhoflaan in Den Haag. En op de Algemene of Gemeentelijke Begraafplaats aan de Oude Zeeweg te Noordwijk aan Zee liggen 56 slachtoffers begraven. Slechts 2 van hen konden worden geidentificeerd.

De reputatie van de Royal Navy liep een forse deuk op. Het verlies aan mensenlevens, hoofdzakelijk reservisten met een jarenlang dienstverband, dompelde Groot-Brittannië in rouw. Men kon nauwelijks geloven dat één Duitse onderzeeboot dit had gedaan. De kapitein van de onderzeeboot, Otto Weddigen, wordt in Duitsland als zeeheld geëerd, terwijl hij in Engeland als een misdadiger wordt beschouwd.[noten 1]

Galerij

Volgens de overlevering zou de volgende anekdote tijdens deze ramp zijn voorgevallen: een streng gelovige protestant zwemt van een plank weg waaraan hij samen met een andere matroos zich drijvende heeft gehouden, echter deze plank kan het gewicht van hen beiden niet dragen. Hij roept tegen de jongen: De dood betekent leven voor mij. Jij bent onbekeerd. Hou je vast en red je. Vaarwel....[4] Deze anekdote wordt ook in (behoudende) protestante kerken nog dikwijls opgehaald.

Op de Wilhelminaboulevard in Noordwijk staat een monument ter nagedachtenis aan de gebeurtenissen op 22 september 1914.

Monument ter nagedachtenis aan de in Noordwijk aangespoelde en of begraven oorlogsslachtoffers. Ontwerp en tekst: Mark Sijlmans